Sommige maanden vliegen voorbij. Je knippert een keer met je ogen en voor je het weet sla je alweer een nieuwe bladzijde van de kalender om. Mei was niet zo’n maand. Mei voelde als drie maanden in een.
Ik weet niet wie ooit heeft besloten dat een maand uit 31 dagen bestaat, maar ik ben ervan overtuigd dat mei er dit jaar minstens 74 had. Het voelde alsof we op 1 mei instapten in een achtbaan zonder noodrem en er pas op 31 mei weer uit mogen stappen. Moe, een beetje duizelig, maar met een hoofd vol herinneringen.
Voor Lynn stond deze maand volledig in het teken van feestjes, verjaardagen, dansen en vooral heel veel beleven. Het begon met haar kinderfeestje, gevolgd door het trakteren op school en op de dansschool. Vervolgens werd haar verjaardag gevierd bij papa en daarna nog eens bij mama. En terwijl al die bijzondere momenten elkaar in rap tempo opvolgden, hing er al die tijd nog een groot hoogtepunt boven haar hoofd: de grote dansshow. De dansshow waar ze al maanden naar uitkeek. Waar thuis stukjes dans werden geoefend. Waar de dagen voor werden afgeteld. Waar de spanning langzaam steeds meer voelbaar werd. En eerlijk? Het was veel.
Niet alleen voor ons, maar zeker ook voor haar. Want achter alle feestjes, cadeautjes en gezellige momenten was deze maand ook op andere manieren best zwaar beladen. Toch heeft ze iets gedaan waar ik ongelooflijk trots op ben. Ze heeft genoten. Van ieder feestje. Van iedere dansles. Van ieder bijzonder moment.
Soms kijk je dan naar je kind en besef je hoe bijzonder dat eigenlijk is. Dat ondanks alles de lach overheerst. Dat de mooie momenten zwaarder wegen dan de moeilijke. Dat een kind simpelweg gelukkig kan zijn. En dan kan ik met trots zeggen dat Lynn een gelukkig kind is.
Terwijl Lynn zich volledig stortte op alle leuke dingen die mei te bieden had, besloot mijn lichaam ondertussen een heel ander programma te volgen. Het ene virusje na het andere virusje kwam gezellig langs. Blijkbaar had ik ergens een abonnement afgesloten zonder dat ik het wist. Een paar dagen voor de dansshow was het opnieuw raak. Niet bepaald handig in een maand die toch al uitpuilde van de activiteiten. Het grootste slachtoffer van die virusparade? De avondvierdaagse. Die werd zonder pardon door mijn neus geboord. Achteraf vond ik dat eigenlijk niet eens zo erg. Want laten we eerlijk zijn: het was ongeveer 45 graden buiten. Oké, misschien niet letterlijk, maar zo voelde het wel. Volgens mij stonden de stoeptegels op smelten en zochten zelfs de vogels puffend naar een schaduwplekje. Misschien heeft mijn lichaam me uiteindelijk gewoon beschermd tegen spontane verdamping.
En toen was daar eindelijk het moment waar al die tijd naartoe was geleefd. De dansshow. Lynn haar tweede grote dansshow. Wat blijft dat toch bijzonder om mee te maken. Misschien was het mooiste nog wel dat alles die dag draaide om de kinderen. Om hun plezier, hun enthousiasme en hun moment om te schitteren. Voor even deden wij grote mensen er wat minder toe. Natuurlijk, er stonden ook volwassenen op het podium te dansen, dus helemaal buiten beeld waren we niet. Maar je begrijpt vast wat ik bedoel. Voor een paar uur waren wij gewoon het publiek. En zij waren de sterren. En wat hebben ze gestraald. Als moeder is er weinig mooier dan je kind daar te zien staan. Vol zelfvertrouwen. Vol plezier. Genietend van iets waar maandenlang naar is uitgekeken. Op dat moment vallen alle voorbereidingen, alle drukte en alle stress even weg. Dan zie je alleen nog een kind dat gelukkig is. En soms is dat alles wat telt.
Nu staat juni alweer voor de deur. Mijn verjaardagsmaand. Een maand waar altijd een klein randje omheen zit. Niet vanwege het ouder worden daar praten we verder niet over maar omdat het ook een moment is waarop ik mijn vader extra voel. Of eigenlijk niet eens extra, want er zijn genoeg momenten waarop ik hem mis. Maar anders. Mijn vader was namelijk twee dagen na mij jarig. Vroeger vierden we onze verjaardagen samen. Het hoorde bij elkaar. Mijn verjaardag betekende automatisch dat die van hem eraan kwam. Dat stukje zal altijd een beetje blijven ontbreken. Maar dit jaar wil ik niet alleen stilstaan bij wat er niet meer is. Ik wil juist ook stilstaan bij wat er wel is. Dus pap, als je ergens daarboven meekijkt, dan gaat er binnenkort een glaasje wijn of een lekker biertje omhoog. Op jou. Maar ook omdat ik iets met je wil delen. Trots. Trots op waar ik vandaag sta. Trots op hoe Lynn groeit. Trots op hoe wij het samen doen. En ik hoop dat je stiekem een beetje hebt kunnen meekijken naar Lynn haar tweede grote dansshow. Want als je haar had zien stralen, had je precies gevoeld wat ik voelde. Trots. Misschien zelfs nog wel een beetje meer.
Op naar juni.
Maar eerst ga ik even bijkomen van mei.
Reactie plaatsen
Reacties