(ook bekend als: hoe mijn dochter me elke dag in de spiegel laat kijken)
Laat me je voorstellen aan Lynn. Lynn is zes. Lynn heeft een mening. Sterker nog, Lynn hééft geen mening… ze is een mening met beentjes. Ze praat iedereen na, vooral mij en niet op die schattige ‘ik wil net als mama zijn’ manier. Nee hoor, meer in de categorie: “Ik herhaal jouw zinnen met exact jouw intonatie zodat je hoort hoe belachelijk je soms klinkt.” Dank je, kind. Heel verhelderend.
Ik weet het, het is ‘een fase’. Een fase waar ze trouwens inmiddels een dubbele espresso van karakter bij heeft genomen. Een dametje met peper in d’r kont en een wil die harder is dan mijn koffie op maandagochtend.
En eerlijk is eerlijk: ik zie mezelf. Niet alleen qua uiterlijk (het is alsof ik mijn hoofd op een kleiner lijfje zie), maar ook qua binnenkant. Die brutale mening? Dat stoute randje? Dat pittige karakter dat nét tegen de grens aan schuurt zonder er volledig overheen te denderen (hoewel…)?Dat is allemaal van mij. Sorry wereld. En succes papa.
Terug naar de grotemensenwereld: leefplezier en dolfinariums. Op mijn werk hadden we deze week een training over “leefplezier”. Klinkt als een cursus die je bij de Tuinland verwacht, maar nee hoor, het is bloedserieus. Soms moet je gewoon even worden wakker geschud.
Want ja, ik betrap mezelf erop dat ik af en toe in de automatische piloot ga. En dat werkt misschien bij je wasmachine, maar niet als je met mensen werkt. Zeker niet met ouderen, die altijd feilloos aanvoelen of je echt bij ze bent, of alleen fysiek aanwezig.
Voor de mensen die mij nog niet goed kennen: ik werk al 16 jaar in de ouderenzorg. En nee, ik ben geen dolfijnentrainster geworden zoals ik als klein meisje riep (vraag me niet waarom… Disney? Flipper? Een mislukte ontmoeting met een opblaasdier in het zwembad?).
Gelukkig maar, want inmiddels krijg ik al buikpijn van een Dolfinariumfolder, laat staan van een carrière daar. Nee, ik koos de zorg.
Net als mijn grote zus. Zij was altijd mijn voorbeeld. Ik wilde ook een “zuster” worden. En weet je, ik mag dan misschien geen officieel verpleegkundige zijn, maar na zestien jaar in de zorg durf ik best te zeggen: ik bén een zuster. Ik voel het in mijn hart, in mijn rug (letterlijk), en in elk theemomentje met een bewoner waarin ik meer leer dan in drie jaar HBO. Zoals mijn vader altijd zei: “Wie zoekt, die vindt. Maar wie niet zoekt, die vindt niet.” (Geen idee of dit uit de Bijbel, zijn wijsheid of een vergeten mop komt, maar het klinkt altijd alsof het op een tegeltje moet.) En dan nog dit. Voor wie het nog niet op Facebook had gezien.Ik heb deze week een vast contract gekregen. Een moment dat ik het liefst aan mijn vader had verteld. Ik zou hem bellen, hij zou iets typisch zeggen als “Kijk, je komt er wel” en ik zou het voelen tot in mijn tenen. Maar dat telefoontje komt niet meer. En dat steekt. Tegelijk maakt het me dankbaar voor alles wat ik van hem heb geleerd. Zoals: je mening hebben is geen zwakte, maar een kracht. Dus als Lynn roept: “Ik ben zes en ik heb een mening!” Dan geef ik haar geen straf. Ik geef haar een high five. En fluister zachtjes: “Je hebt geen idee hoe ver je daarmee komt, meisje… Wat zal Lynn later worden?
Reactie plaatsen
Reacties